'Vroeger was ik leuk. Toen schreef ik over drank en dronkenschap, over mijn ongelukkige huwelijk, over seks en het gebrek daaraan. Goddank, al die verschrikkingen hebben nu plaatsgemaakt voor iets prettigs. Het bierglas ruimde het veld voor de verrekijker, de kastelein werd vervangen door de ornitholoog, het nachtbraken maakte plaats voor het vroeg uit de veren en de kater werd verslagen door de Wintertaling en de Appelvink.'
In passende kledij en immer goed geluimd tuurt hij de bossen en de vennen af naar zelden geziene vogelsoorten als de Cilgors en de Grote Trap. Elke nieuwe ontdekking brengt orgastische vreugde teweeg; niet voor niets spreekt Dorrestijn over de ornithologie als plaatsvervangende seksualiteit.